Het bedrijf legt een aantal marges vast waarbinnen moet gestart en gestopt worden met werken. Men kan hierbij overuren opsparen en later recuperen (zie glijdende uren met saldo), of men kan eenvoudigweg glijtijden invoeren zonder met saldo te werken. Een voorbeeld van glijtijden : men start met werken tussen 7u en 10u, en stopt met werken tussen 15u en 18u.
Glijdende
werkuren is een systeem waarbij het bedrijf toelaat dat de werknemer
zelf bepaalt wanneer hij begint en eindigt - binnen de vastgelegde
marges - op voorwaarde dat het eindtotaal van de gepresteerde
werktijd klopt.
Het systeem van glijdende werkuren kenmerkt
zich door twee soorten werktijden, namelijk de glijtijden en de
stamtijden. Glijtijden zijn die periodes ’s morgens, ’s avonds en soms
ook ’s middags waarop de werknemer zelf kan bepalen wanneer hij begint,
eindigt of pauzeert, hierbij rekening houdend met de werking van het
bedrijf. Stamtijden zijn die periodes waarop iedere werknemer aan het
werk is, met uitzondering van zij die met vakantie, in opdracht extern,
... zijn.
Via dit systeem kunnen werknemers hun werk
beter afstemmen op hun privéleven, zonder dat er een wantrouwen kan
ontstaan bij de werkgever over het aantal gepresteerde uren.
Invoeren van glijtijden geeft medewerkers meer ruimte om hun werk met hun gezinsleven te combineren. Het voordeel voor de werkgever is dat er een langere permanentie aanwezig is in de kantoren. Eventueel kunnen hier per dienst afspraken gemaakt worden. Een tweede voordeel is dat werken met glijtijden mobiliteitsproblemen kan oplossen.